Het kabinet biedt nog voor de zomer excuses aan voor de rol die de Nederlandse overheid heeft gespeeld bij gedwongen afstand doen van kinderen in de vorige eeuw. Dat heeft het kabinet maandag bekendgemaakt.

Tussen 1956 en 1984 stonden naar schatting tienduizenden vrouwen, vaak zwaar onder druk gezet door familie, kerk, artsen of hulpverlening, hun pasgeboren kind af voor adoptie. Afstandsmoeders en hun inmiddels volwassen kinderen strijden al jaren voor erkenning van de pijn en de vaak harde omstandigheden waaronder die afstand tot stand kwam.

Erkenning na jarenlange strijd

Uit eerder onderzoek bleek dat de overheid lang heeft weggekeken bij druk vanuit instellingen en soms actief heeft meegewerkt aan geheimhouding. Veel moeders kregen geen reële keuze en werden niet geinformeerd over hun rechten. Ook kinderen die later hun biologische moeder probeerden te vinden, stuitten op gesloten dossiers en onvolledige informatie.

Met de aangekondigde excuses erkent het kabinet die rol. Hoe het moment precies vorm krijgt, is nog niet bekendgemaakt. Belangenorganisaties vragen al langer om formele erkenning en om toegang tot volledige dossiers, zodat moeders en kinderen elkaar kunnen vinden.

Breder proces

De excuses passen in een rij van recent overheids-erkenningen van historisch leed, zoals eerder bij de toeslagenaffaire en het koloniale verleden. Kritische stemmen wijzen er wel op dat excuses alleen niet volstaan zonder tastbare vervolgstappen, waaronder juridische en financiele ondersteuning bij het reconstrueren van afstandsdossiers.